De Historie van ODIN '59

De historie van ODIN ’59 - Inleiding

 

De geschiedenis van de club op de site zetten is een moeilijke opdracht, immers hoe vat je vijftig jaar samen? Wat moet er wel op en wat niet?  Wie noem je wel en wie noem je niet?

Bij het feest ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de club, in december 2009, is er een boek uitgegeven met daarin de uitgebreide geschiedenis van de club.

Voor de sportieve prestaties is op deze site alleen naar het eerste team gekeken, immers zij zijn het vlaggeschip van de vereniging. Dat wil niet zeggen dat lagere teams en jeugdteams geen grote prestatie hebben geleverd. De jeugd heeft bij ODIN ’59 altijd een aparte plaats ingenomen, immers voor de jeugd werd deze club opgericht en ook vandaag de dag koestert ODIN ’59 haar jeugd.

In het boek “In de schaduw van het kasteel” hebben Hans Rosenberg en Joop de Vries geprobeerd alle gebeurtenissen uit de geschiedenis van de club bijeen te brengen. De eindredacteur, Merel de Vries, heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat dat alles tot een leesbaar geheel werd gesmeed.

In het boek, 252 bladzijden en meer dan 200 foto’s, staan heel veel gebeurtenissen en nog veel meer namen van mensen die een bijdrage aan de club hebben geleverd. De geschiedenis zoals die nu op deze site staat is een zeer verkorte weergave van de inhoud van dat boek. Bewust is er voor gekozen alleen enkele namen uit de beginperiode te noemen. Wie meer wil lezen over de club en de mensen die deze club gemaakt hebben tot wat het nu geworden is, kan het boek nog altijd bestellen, de kosten zijn € 22,50. (bestellen via de mail: jodevri@casema.nl)

 

In deze samenvatting wordt de ontwikkeling van de vereniging op diverse gebieden weergegeven. Zeker niet compleet en zonder veel namen.

Maar één ding is duidelijk ODIN ’59 is zo’n mooie bloeiende vereniging op hoog niveau geworden door de inzet in de afgelopen 50 jaar van heel veel mensen. Zij mogen trots zijn op deze club! 

 

Joop de Vries

De jaren ’60, de beginjaren van ODIN ’59

 

In december 1959 werd de afdeling voetbal van ODIN opgericht. Eerder die maand waren de afdelingen volleybal en korfbal opgericht. ODIN staat voor Ons Doel Is Nuttig.

Tijdens de oprichtingvergadering van de voetbalvereniging is gekozen om door het leven te gaan als Heemskerkse Sportvereniging “Odin”- afdeling Voetbal. Het jaartal ’59 werd er later, op last van de KNVB aan toegevoegd.

De vier heren die aan de wieg van ODIN ’59 stonden waren Jan Milikan, Jan Overvliet, Cor Blok en Joop de Graaf. Nadat het besluit was genomen om tot oprichting van een voetbalafdeling over te gaan, vormden zij met z’n vieren het voorlopige bestuur.

De wens om de voetbalwedstrijden op zaterdag te spelen was vanwege de continudienst bij Hoogovens. Daardoor was er doordeweeks weinig tijd voor het gezin. Was men dan eens vrij op zondag dan ging men liever met het gezin naar het strand dan naar het voetbalveld. Dat men op zaterdag wilde voetballen had niets met een geloofsovertuiging te maken, een misvatting die heel lang heeft bestaan.

Nadat de vereniging zich bij de gemeente gemeld had, werden de nieuwe velden aan de Hoogdorperweg als voorlopige thuisbasis voor de nieuwe vereniging beschikbaar gesteld. Het complex bestond in eerste instantie uit twee voetbalvelden en een kleine ruimte waarin vier kleedkamers waren ondergebracht. Verder een hokje van één bij één meter met een luifeltje eraan waar men koffie en thee kon zetten en waar in koude winters twee petroleumkachels voor een beetje verwarming zorgden. Al snel werd het aantal velden uitgebreid tot drie.Dat het verblijf aan de Hoogdorperweg tijdelijk was, was vanaf het begin bekend.  
De gemeente wilde een nieuw sportcomplex naast kasteel Assumburg aanleggen. Dat
weerhield het bestuur er niet van om een eigen clubhuis te gaan bouwen.

Op zaterdag 12 februari ’66 was het zo ver, het eerste clubhuis van de vereniging werd geopend. Door de vele sprekers werd veel waardering voor de jonge vereniging uitgesproken, met name de zelfwerkzaamheid werd geprezen.

Het gebouw was 15,75 x 7 meter en bevatte een grote ruimte met buffet (10,3 x 7m.), een bestuurskamer (2,6 x 5m), toiletten en een keuken. De totale kosten waren nog net onder de fl. 10.000 gebleven.

ODIN ’59 had zich in totaal met vier teams aangemeld voor de competitie van het seizoen ’60-’61. Een seniorenteam, twee aspirantenteams en een welpenteam.

Voorzitter Dirk Bruggenkamp was leider en secretaris Eldert Bakker was grensrechter. Van enige begeleiding door een trainer of verzorger was nog geen sprake. Het elftal dat de eerste competitie speelde bestond onder anderen uit Vic van Aanholt, Jan Bogers, Ben Looijenga, Gerard Kok, Thijs de Loof, Cees van Wendel, Johan de Martelaer, Roel Suurd, Ruud Pichel, Rien Keizer en Rob van Zon. Halverwege het seizoen stond ODIN ’59 nog op kop, maar het uitvallen van keeper Rob Háry kon niet opgevangen worden. Men eindigde dat seizoen op de tweede plaats. In het seizoen ’61-’62 werd het eerste kampioenschap van de vereniging behaald, daarmee was promotie naar de derde klasse van de Haarlemse Voetbalbond een feit.

Het eerste kampioensteam van ODIN '59. Seizoen '61-'62.
Boven vlnr: Leider Dirk Bruggenkamp, Vic van Aanholt, Jan Bogers, Jan Vosters (viel in voor Rien Keizer), Willem Leutholff, Ben Looijenga, Ruud Pichel en Roel Suurd. Onder vlnr: Gerard Kok, Harm Zuidema, Thijs de Loof en Cees van Wendel.

In het seizoen ’64-’65 waren er  zes seniorenteams, drie van de zes werden kampioen, waaronder het eerste team. Daarmee was de tweede klasse bereikt.

Het verblijf in de tweede klasse was maar van korte duur. Reeds in het eerste jaar werd de titel binnengehaald en daarmee kwam ODIN ’59 in de eerste klasse van de HVB. Ook het tweede team werd, voor de derde achtereenvolgende keer, kampioen.

In die eerste klasse sprak ODIN ’59 direct een woordje mee. Na drie seizoenen tot het laatste toe meegestreden te hebben om het kampioenschap, lukte het de ploeg om het seizoen ’69-’70 met een kampioenschap af te sluiten. Daarmee was promotie naar de KNVB een feit.

 

In tien jaar tijd had de jonge vereniging, die startte met één seniorenteam en drie jeugdteams, zich vanuit de kelder van de onderbond naar de KNVB toegewerkt.Het eerste team was vier keer kampioen geworden, het tweede team drie maal op rij en ook de lagere teams konden kampioenschappen vieren.

Het laatste seizoen in deze jaren ’60 werd er door elf seniorenteams en achttien jeugdteams aan de competitie deelgenomen.

 

De jaren ’60 waren de jaren van onstuimige groei en van opbouw van de vereniging. Een periode waarin hard gewerkt moest worden om er iets van te maken. Heel veel mensen hadden daar hun steentje aan bijgedragen, er was een grote mate van eensgezindheid en dat alles onder aanvoering van de motoren van de club in die eerste jaren, Dirk Bruggenkamp en Eldert Bakker, respectievelijk voorzitter en secretaris. Voor hen was ODIN ’59 meer dan een hobby, ze waren dag en nacht met de club bezig.

De jaren ’70, vaste grond onder de voeten

In de jaren ’70 veranderde er veel. De vereniging was enorm gegroeid en zeker na de verhuizing en de nieuwbouw moest een aantal zaken worden vastgelegd. Niet iedereen had hetzelfde idee over hoe de vereniging verder moest. Er was behoefte aan duidelijke structuur en vastgelegd beleid.

De hoge werkdruk voor de bestuursleden en de wens om meer mensen bij het vele werk te betrekken was de aanleiding om de bestuursstructuur eens onder de loep te nemen.

Met een nieuwe structuur hoopte het bestuur te bereiken dat bestuursleden minder zwaar zouden worden belast en dat door inschakeling van niet-bestuursleden op verantwoordelijke posten een verdergaande democratisering van het verenigingsleven zou worden bereikt.

De groei van de vereniging ging maar door, met name bij de jeugd. Duidelijk werd wel dat er ook bij de jeugd steeds meer beleidsmatiger gewerkt moest worden.

 

In mei 1972 vond de verhuizing naar de Hoflaan plaats, er waren op dat moment twee velden beschikbaar. Men ging er toen vanuit dat per ’73-’74 het derde veld erbij zou komen en per ’74-’75 het vierde veld. Nadat er eenmaal verhuisd was naar de nieuwe velden kon er ook gebouwd gaan worden. Met de kantine kon nog niet begonnen worden, dus moest er een noodkantine neergezet worden. De tijdelijke kleedkamers die al aan de Hoflaan stonden, werden omgebouwd tot een kantine. Deze kantine was 17 x 5 meter waarin zich een gezellige bar met tap bevond.

Eind 1971 werd begonnen met de ruwbouw van de kleedkamers, in het voorjaar van 1972 konden de leden zelf aan de slag. Behalve de acht kleedkamers, elk voorzien van een douche, toilet en wasgelegenheid, bevinden zich in het gebouw drie ruimtes met een eigen douche voor scheidsrechters, een ruime EHBO-kamer en een materialenhok. Het gebouw is 50 meter lang en 7 meter breed. Aan het gebouw was reeds een luifel bevestigd, waaronder in de toekomst eventueel een tribune zou kunnen worden gebouwd. Dat is enige jaren daarna ook gebeurd.



Op 22 september 1972 was het zo ver. De noodkantine en de nieuwe kleedgelegenheid werden officieel in gebruik genomen.       

 

Begin 1974 kon ODIN ’59 aan de bouw van haar derde kantine beginnen, na de “voorlopige” kantine aan de Hoogdorperweg, de “nood” kantine aan de Hoflaan, was het nu tijd om een echte kantine te gaan bouwen. Een grote groep vrijwilligers stortte zich op deze klus, dankzij deze mensen werd een prachtig clubhuis gerealiseerd. Het gebouw werd 30 meter lang en 15 meter breed en behalve een kantine, waarin de zelfgemaakte bar een prominente plaats innam, was er een bestuurskamer, een keuken, een bergruimte en een ruime entree met toiletgroep. De uiteindelijke bouwkosten bedroegen ƒ 226.000,- .

De officiële opening was op zaterdag 8 juni 1974. Met het clubhuis was het nieuwe sportcomplex in de schaduw van kasteel Assumburg compleet.

Heemskerk groeide en de vereniging trok veel leden, vooral jeugd, aan. Aan het begin van het seizoen ’74-’75 werd er voor het eerst een ledenstop afgekondigd. Een zware stap voor de jonge, groeiende vereniging. Met 16 senioren- en 38 jeugdteams en de komst van een nog jongere categorie, namelijk de mini-pupillen, leek een vijfde veld toen al onontkoombaar. Tot op de dag van vandaag leeft die wens nog, maar dat veld is er nooit gekomen.

Sportief gezien waren er niet zo veel hoogtepunten als in de jaren ’60. Het eerste jaar in de KNVB kon degradatie maar net ontlopen worden, de ploeg eindigde op de één na laatste plaats. Het volgende seizoen, in 1972, degradeerde de club uit de KNVB en kwam weer uit in de eerste klasse van de HVB. Het tweede team werd dat jaar kampioen in de reserve eerste klasse van de HVB, maar kon door de degradatie van het eerste team niet promoveren. Twee seizoenen draaide ODIN ’59 lang mee in de top van de eerste klasse, maar promotie zat er niet in.

Het verloren terrein werd in 1975 heroverd, een gelijkspel in Vijfhuizen tegen SCW betekende het kampioenschap en daarmee
keerde de club weer terug in de “grote” bond.   Het ging toen beter dan de eerste keer, direct deed ODIN ’59 lang mee en eindigde uiteindelijk in het eerste seizoen op een verdienstelijke derde plaats. Dat gebeurde met een ploeg waarin de jeugd de kans kreeg zich te bewijzen. Het tweede team werd ook dit jaar weer kampioen van de reserve hoofdklasse en kon nu wel naar de KNVB promoveren.

De daarop volgende seizoenen was ODIN ’59 een goede middemoter in de vierde klasse. Het tweede team slaagde erin om het seizoen ’78-’79 ongeslagen kampioen te worden van de reserve derde klasse. Zij bezorgde ODIN ’59 daarmee het eerste KNVB-kampioenschap in haar geschiedenis!

 

De jaren ’70 startte ODIN ’59 dus “in de kelder van de KNVB”, de vierde klasse. Daar maakte de club voor het eerst een degradatie mee. Na een kortstondig verblijf in de HVB keerde de club via een kampioenschap weer terug in de vierde klasse van de “grote bond”. Belangrijk was dat ook het tweede team meegegroeid was, ook zij speelden in de KNVB.

De jaren ’80, structuur en stabiliteit

De jaren ’70 waren de jaren geworden waarin, na de onstuimige jaren ’60, een aantal zaken op papier vastgelegd werden. Zo was er een nieuwe organisatiestructuur opgezet waarin meerdere mensen verantwoordelijkheden kregen, werd er voor het eerst een beleidsplan voor de vereniging opgesteld en werden er tenslotte ook nog nieuwe statuten vastgesteld.

In de jaren ’80 kon daar op voortgebouwd worden. De club kwam echter wel voor een aantal vraagstukken te staan: Wilde men een kleine club blijven waarbij het vooral om de gezelligheid ging of wilde men doorgroeien? Wat waren de ambities? Hoe die te bereiken en wat voor consequenties zou dat hebben?

 

Het kampioenschap in mei ’82 en daarmee de promotie naar de derde klasse inspireerde veel mensen om meer ambities te tonen. Helaas verlieten enkele dragende spelers van het kampioensteam de club om ergens anders op een hoger niveau te gaan voetballen.

In 1984 werd een beleidsnotitie aangenomen waarin van een driedeling bij de senioren werd gesproken, een prestatiegerichte selectie, een opvang voor de doorkomende jeugd en een recreatieve groep. Enige tijd daarna verscheen er een notitie “Technische Zaken”, een eerste structurele opzet om het voetbalniveau naar een hoger plan te brengen. Het was ook een poging om de eigen talenten bij de club te houden. Het ging dus niet meer alleen om de gezelligheid, men wilde hogerop met de club.

Het werd daardoor allemaal wat zakelijker en formeler, wat niet door iedereen als prettig werd ervaren. Het had hier en daar weerstand opgeroepen, maar het was noodzakelijk om de club naar een hoger niveau te krijgen.

Omdat de vereniging ook uitvoering wilde geven aan het Technisch Beleidsplan was verbetering van het trainingsveld absoluut nodig. Een gravelveld van 40 bij 60 meter voldeed echt niet. Met de opbrengst van een grote loterij kon in 1988 dit gravelveld worden omgezet in een trainingsveld met gras op een speciale leem-zandconstructie. Dit veld had de grootte van een voetbalveld en kon door de grondconstructie ook bij slecht weer gebruikt worden.

Een sportief succes was er voor de A-junioren, in het seizoen ’86-’87 mocht deze categorie voor het eerst in de geschiedenis van de club meedoen in de interregionale competitie. Twee jaar later waren er nog nauwelijks genoeg A-junioren om een compleet team op de been te brengen. Het voetballen op zaterdag bleek voor deze leeftijdsgroep erg lastig.

 

In het seizoen ’80 –’81 werd het derde team kampioen en promoveerde daardoor naar de KNVB. Met drie teams in de “grote bond” was ODIN ’59 een club die vooral in de breedte sterk was.

Het seizoen ’81-’82 kreeg een zinderend slot. Na een fantastische inhaalreeks, negen overwinningen op rij, werd koploper Purmersteijn twee wedstrijden voor het eind ingehaald. Met twee punten voorsprong begon ODIN ’59 de laatste competitiewedstrijd tegen deze ploeg. Een gelijkspel zou voldoende zijn voor het kampioenschap. Ruim tweeduizend toeschouwers zagen echter op een warme zaterdagavond in mei ODIN ’59 met 1-0 verliezen. Een beslissingswedstrijd was noodzakelijk. Een week later won ODIN ’59 in Alkmaar met 2-0, daarmee was het kampioenschap en promotie naar de derde klasse een feit.

In het debuutjaar in de derde klasse werd een prachtige vierde plaats behaald. Het tweede jaar werd het zelfs een twee plek, de ploeg bleef dat seizoen thuis ongeslagen. Daarna werd het minder, mede doordat diverse spelers de club verlieten om elders hun geluk te beproeven. In het seizoen ’85-’86 werd pas in de laatste wedstrijd bij VEW door winst degradatie voorkomen.

Echt succes was er pas weer in het seizoen ’89-’90. Er werd toen voor het eerst met periodetitels gewerkt en ODIN ’59 slaagde erin zo’n titel te veroveren en werd zelfs klasseperiodekampioen. De promotiewedstrijd voor een plaats in de tweede klasse, tegen het Veenendaalse VRC, ging echter met 2-0 verloren.

In de jaren ’80 werd vooral in de breedte een stap voorwaarts gemaakt. Na een paar jaar in de vierde klasse gespeeld te hebben, kwam het eerste team in de derde klasse. Meestal was er voor ODIN ’59 een plaats in de subtop. Bij de invoering van de periodetitels deed ODIN ’59 direct mee, het scheelde maar weinig of via de nacompetitie werd promotie naar de tweede bereikt. Het tweede team slaagde er wel in de reserve eerste klasse (toentertijd het hoogste niveau) te halen.

Begin jaren ’80 was ook het derde team naar de KNVB gepromoveerd. Dat gaf aan dat ODIN ’59 over een brede basis beschikte.

De jaren ’90, sportieve ambities

Een aantal zaken was meer gestructureerd, er was een voetbaltechnisch beleidsplan ontwikkeld en er was een nieuw trainingsveld gerealiseerd.

Eind jaren ’80 werd wel merkbaar dat het steeds moeilijker werd om mensen te vinden die zich voor de club wilden inzetten. Ook de leegloop bij de oudere jeugd was een grote zorg. Zou dat de uitdaging voor de jaren ’90 worden?

Jarenlang was er binnen de KNVB een discussie over een herstructurering, de afdelingen moesten opgaan in districten. Dit werd met ingang van het seizoen ’96-’97 van kracht. Er was vanaf dit moment geen sprake meer van afdelingen, maar van districten. Afdelingsvoetbal bestond niet meer. Iedereen, op elk  niveau, speelde voortaan in de KNVB. In het geval van ODIN ’59 in het district West I, feitelijk de voormalige afdeling Noord-Holland.

Had men zich in de jaren ’60 sterk gemaakt om indeling in Noord-Holland te voorkomen, maar bij Haarlem ingedeeld te worden, nu was men blij naar Noord-Holland te mogen!

 

Ondanks alle ambities om de club op hoger niveau te krijgen, bleef het eerste team in de derde klasse meedraaien. Af en toe deelname aan de nacompetitie, maar promotie zat er niet in. Wel een bijzondere degradatie. In ’96 degradeerde de ploeg uit de derde klasse, maar door het invoeren van de Hoofdklasse veranderde de nummering van de onderliggende klassen en zo bleef ODIN ’59 derde-klasser.

Positief was dat door de inzet van enkele mensen het aantal jeugdteams, meestal goed gesponsord, weer groeide en er ook diverse teams kampioen werden.

 

In januari 1997 startte men binnen het bestuur een discussie over de toekomst van ODIN ’59. Tal van zaken kwamen aan de orde. Wat betekende de komst van de Broekpolder voor de vereniging? Hoe konden we sportief verbeteren? Hoe kon de begroting op een hoger plan komen? Ambitie, beleving en succes, zo stelde hij, daar draait het om.

In het laatste clubblad van dat seizoen schreef de voorzitter in zijn vaste column in het clubblad over de ambities van de club. Hij verwees naar de vele talenten die bij ODIN ’59 waren opgeleid, maar nu voor andere verenigingen speelden. Een hoop geld en moeite investeren voor je concurrenten noemde hij frustrerend en onlogisch. “Het roer moet om, het roer gaat om!”.

Tal van spelers werden benaderd om terug te keren bij ODIN ’59. De sportieve lat moest hoger en daar was geld voor nodig. Letterlijk schreef hij: “Geld is nodig om talenten, die we zelf maken, perspectief te bieden om op zaterdagamateurbasis het hoogste te bereiken.” De ambitie was helder.

Om de ambities zichtbaar te maken werden rond de eerste twee velden lichtmasten geplaatst. Dat gaf extra trainingsmogelijkheden, maar er konden ook meer oefenwedstrijden worden gespeeld.

Ondertussen werden de sportieve ambities al in het eerste jaar concreet. Het eerste team werd, voor het eerst sinds zeventien jaar, kampioen! De ingezette koers bleek succesvol, de sportieve ambities werden nu breed gedragen.

 

Sportief gezien was het een periode met uitersten. Een degradatie en een kampioenschap.

Het seizoen ’90-’91 deed ODIN ’59 lang mee om de strijd voor het kampioenschap, er werd echter twee keer van directe concurrent Lelystad verloren, dus was een tweede plaats het logisch gevolg. Ook de nacompetitie leverde geen promotie op. Het volgende seizoen werd het een derde plaats, maar weer eeb nacompetitie zonder gevolg. Daarna ging het elk jaar wat minder, deelname aan de nacompetitie zat er ook niet meer in. Uiteindelijk leidde het in ’96 tot degradatie, maar zoals boven omschreven, ODIN ’59 bleef in de derde klasse. Ook in die lagere klasse ging het niet echt geweldig. Tot het roer om ging. Het seizoen ’98-’99 werd een bijzonder seizoen. ODIN ’59 werd, na zeventien jaar, kampioen.       
                            

Bijzonder was de laatste wedstrijd, er kwam geen scheidsrechter. Er werd druk gebeld en overlegd, maar een oplssing leek niet voor handen. Jaap van Aanholt deed via Radio Heemskerk een oproep of er misschien een bevoegde scheidsrechter naar de radio luisterde en of die naar het sportpark wilde komen. Het lukte. Scheidsrechter Snijders uit Wijk aan Zee hoorde in zijn auto de oproep en belde dat hij onmiddellijk zou komen. De wedstrijd tegen SMS werd onder zijn leiding door ODIN ’59 met 6-0 gewonnen en daarmee was het kampioenschap en promotie naar de tweede klasse een feit. De start in die klasse was goed te noemen, na vijf overwinningen en drie gelijke spelen werd in de negende wedstrijd voor het eerst verloren. Uiteindelijk werd het een verdienstelijke vijfde plaats.

 

Een voetbaldecennium met twee gezichten. In de beginjaren werd er nog twee keer een periodetitel behaald, zonder dat dat tot promotie leidde, maar daarna kwam er een onrustige periode zonder successen. Tot twee keer toe werd er voortijdig afscheid genomen van een trainer en tot overmaat van ramp degradeerde ODIN ’59 voor de tweede keer in haar bestaan.

Langzamerhand ging er iets veranderen bij de club en dat leidde er uiteindelijk toe dat drie jaar na de degradatie het verloren terrein, middels een kampioenschap, goedgemaakt kon worden. Vervolgens manifesteerde ODIN ’59 zich goed in de tweede klasse.

                                                        De jaren ’00, naar de top van het amatervoetbal

De vereniging had zich uit de dip van de beginjaren ’90 gewerkt en plannen voor de toekomst gemaakt. Er was gekozen voor groei en ambitie, niet alleen in woorden, maar ook in daden. “Het roer moest om” had de voorzitter geschreven en het roer ging daadwerkelijk om! Het kampioenschap van het eerste team in de derde klasse was daar een gevolg van, maar het was pas een begin. Het bracht veel enthousiasme teweeg en vol ambities ging men de eenentwintigste eeuw in. Ideeën en plannen waren er genoeg, nu nog de realisatie daarvan!

De vereniging had zich uit de dip van de beginjaren ’90 gewerkt en plannen voor de toekomst gemaakt. Er was gekozen voor groei en ambitie, niet alleen in woorden, maar ook in daden. “Het roer moest om” had de voorzitter geschreven en het roer ging daadwerkelijk om! Het kampioenschap van het eerste team in de derde klasse was daar een gevolg van, maar het was pas een begin. Het bracht veel enthousiasme teweeg en vol ambities ging men de eenentwintigste eeuw in. Ideeën en plannen waren er genoeg, nu nog de realisatie daarvan!

De voetbalvereniging had, ook financieel gezien, de omvang van een bedrijf gekregen. Te groot voor één penningmeester. Het idee ontstond om een vierkoppige financiële commissie te formeren, de leden daarvan beheerden samen alle financiële zaken van de vereniging en de voorzitter van de commissie kwam als coördinerend penningmeester in het bestuur. Ook voor het secretariaat werden de taken verdeeld over meerdere mensen. Voor de post voetbaltechnische zaken werd een betaalde manager voetbaltechnische zaken aangetrokken.

Ook filosofeerde het bestuur over de sponsoring. Daar moest aan gewerkt worden, er kwam een sponsorcommissie die actief op zoek ging naar sponsoren.

 

Al heel lang werd er af en toe door een meisje bij de jongens meegevoetbald. Er kwamen steeds meer meisjes, dientengevolge werd besloten dat ODIN ’59 met specifiek meisjesvoetbal ging starten, dat wil zeggen meisjesteams in meisjescompetities. Een nieuwe tak aan de verenigingsboom.

Om het voetballen voor de jeugd goedkoper te maken werd een kledingsfonds opgericht.  Voor € 10,- per seizoen had ieder jeugdlid een compleet tenue tot zijn beschikking, de uniformiteit was daarmee gewaarborgd, zowel binnen een team als binnen de vereniging.

De reeds eerder opgerichte Stichting ODIN ’59 Voetbalselecties, ter ondersteuning van het selectievoetbal, werd omgevormd tot een stichting met als doel de vereniging gelegenheid tot het beoefenen van sport te geven. De nieuwe stichting, Oud-Haerlem, huurt het complex van de gemeente en koopt al het voetbalmateriaal. De vereniging huurt dat dan weer van de stichting. Op die manier kan de vereniging jaarlijks duizenden euro’s besparen.

 

Niet alleen qua organisatie veranderde er veel, ook aan het complex werd hard gewerkt. In 2001 werd het derde veld omgebouwd tot een wetraveld (= wedstrijd-traingsveld), voorzien van lichtmasten. Hiermee werd met name de trainingscapaciteit vergroot. Gelijkertijd werd de kleedaccomodatie met vier nieuwe kleedkamers uitgebreid en werd er aan de bestaande kantine een nieuwe vleugel gebouwd. Daarin was een grote bestuurskamer/sponsorruimte, een bespreekruimte, een redactiekamer en een opberghok voor de onderhoudsploeg opgenomen.

Een jaar later werd er voor de jongste categorie leden, de Kabouters, een speciaal stadion aangelegd. In 2005 werd er op de bestaande tribune een radiokamer, met goed zicht op het veld, gebouwd. 

In de zomer van 2007 werd er door de vrijwilligers een fantastische prestatie geleverd. De kantine en keuken uit de jaren ’70 werd helemaal gestript en volledig gerenoveerd. Het resultaat was een moderne ruime keuken met een kantine die een moderne uitstraling heeft.

In het jubileumjaar 2009 besloot de gemeente het hoofdveld te voorzien van kunstgras.

 

Sportief gezien ging het de vereniging ook voor de wind. Na het kampioenschap in ’99 en de daarmee gepaard gaande promotie naar de tweede klasse zat de spirit erin. Al in het tweede jaar in deze klasse werd ODIN ’59 weer kampioen en zo kon de club zich in 2001 eerste-klasser noemen. Het eerste jaar eindigde de ploeg op de vijfde plaats en een jaar later op de derde plek, door vreemde uitslagen op de laatste speeldag werd de nacompetitie net gemist.

Die troostprijs, de nacompetitie, werd in het seizoen ’03-’04 waarin de ploeg op een vierde plaats eindigde, wel gehaald. Er werd daarin zowel tegen Beursbengels als tegen Zuidvogels gelijk gespeeld, maar promotie zat er niet in.

Het volgende seizoen werd door GVVV gedomineerd, voor ODIN ’59 was er een vijfde plaats. Maar in het seizoen ’05-’06 deed ODIN tot op de laatste dag mee om het kampioenschap. Eén wedstrijd voor het einde stonden ODIN ’59 en Huizen samen op kop. In het voorlaatste duel ontmoetten de ploegen elkaar, ODIN ’59 verloor met 1-0. De strijd leek voorbij, alleen bij verlies van Huizen op de laatste speeldag zou het nog kunnen. Huizen verloor inderdaad die laatste wedstrijd, maar ODIN ’59 ook. Het sprookje was uit. In de nacompetitie was, na deze teleurstellende afloop, geen eer meer te behalen.

Het seizoen daarna leverde niets op. Het seizoen ’07-’08 werd een ander verhaal. Volendam werd kampioen, ARC werd tweede en ODIN ’59 met één punt minder derde. Het werd nacompetitie, daarin wonnen zowel ARC als ODIN ’59 hun eerste wedstrijd. Hun onderlinge treffen moest de beslissing brengen. ODIN ’59 leek op het periodekampioenschap af te stevenen, maar in de allerlaatste seconde van de blessuretijd scoorde ARC en eindigde de wedstrijd in een gelijkspel. Door de betere eindklassering in de competitie mocht ARC verder. Zij promoveerden uiteindelijk naar de hoofdklasse.

In het seizoen 2008-2009 was de ploeg oppermachtig, steeds meer achtervolgers haakten af. Met een fantastische slotreeks, met wekelijks rijen dik supporters langs de lijn, werden de laatste concurrenten afgeschud en dat resulteerde in een kampioenschap. Op 2 mei 2009, in het 50-jarigjubileumjaar, promoveerde ODIN ’59 naar de Hoofdklasse, het hoogste amateurniveau in Nederland.

In het eerste jaar op dat niveau draaide de ploeg goed mee en sloot de competitie af met een negende plaats. Promotie naar de nieuw te vormen topklasse zat er niet in.

In de afgelopen tien jaren werd ODIN ’59 twee keer kampioen en bereikte daarmee het hoogste amateurniveau. Vijftig jaar had de club er over gedaan om vanuit het niets zo ver te komen.In het seizoen ’09-’10 was ODIN ’59 de jongste zaterdagvereniging in de hoofdklasse. Maar niet alleen het eesrte team was zo ver gekomen, het tweede team was al in het seizoen ’04-’05 naar dat niveau gepromoveerd en heeft zich al die jaren weten te handhaven. ODIN ’59 is goed vertegenwoordigd op het hoogste amateurniveau.

Stelling:
ODIN '59 gaat het komend seizoen